DIESELLOCOMOTIEF WHITCOMB 40311
HISTORIE
De oorlog heeft tot een enorme materiële schade geleid. Gebouwen en infrastructuur zijn vernield en in sommige steden zijn hele stadswijken verdwenen. Veel landbouwareaal is onbruikbaar en de industrie is geroofd of vernietigd. Na de bevrijding treedt een nationaal kabinet aan, dat onder het motto "Herstel en vernieuwing" met gezwinde spoed aan de wederopbouw begint. Voor de wederopbouw van gebouwen en infrastructuur zijn bouwmaterialen nodig, maar ook transportmiddelen, bijvoorbeeld voor de aannemerij.
Vooruitziend
Het getuigt van een vooruitziende blik dat de 'regering in ballingschap' al vóór de bevrijding in 1945 vanuit Londen de locomotieven voor de wederopbouw van het land bestelde. Het zegt veel over het belang dat aan deze vorm van mobiliteit in die periode werd toegedicht.
Zo arriveert reeds in 1946 in de haven van Rotterdam een 25-tal Amerikaanse diesellocomotieven voor industrieel smalspoor van Whitcomb, onderdeel van de Baldwin Locomotive Company. Eenmaal in Nederland worden de locomotieven verdeeld over de twee grote verhuurbedrijven voor smalspoormaterieel; tien gaan er naar Oving Spoor in Hendrik Ido Ambacht en vijftien naar Spoorijzer in Delft.
Belangwekkend
Belangwekkend is daarbij dat door de regering juist aan deze twee bedrijven worden toebedeeld. Dit heeft te maken met het feit dat ze niet besmet waren met een oorlogsverleden. Zeer veel aannemers- en aanverwante bedrijven waren dat wel. Die hadden meegewerkt aan de bouw van Duitse militaire installaties en/of samengewerkt met "Organisation Todt".
Oving Spoor en Spoorijzer verhuren hun spoorwegmaterieel aan aannemers op het moment dat ze dat nodig hebben, zodat rails, locomotieven en wagens zo efficiënt mogelijk kunnen worden ingezet.
Imposant
Deze locomotieven van het type 5 DM 19 B zijn zeer imposant, al rijden ze op smalspoor van niet meer dan 70 cm breed. Het zijn ook krachtige en robuuste machines met een motor van Caterpillar.
Interessant detail is het extra benzinemotortje voor het starten van de hoofdmotor; deze hoofdmotor draait te zwaar om hem met de hand aan te slingeren! Typerend is verder het Amerikaanse uiterlijk met de cabine, die aan de achterzijde toegankelijk is. Aan de zijkant is in onze contreien meer gebruikelijk.
Wederopbouw
De Whitcomb met het fabrieksnummer 40311 is één van de locomotieven die bij Oving Spoor terechtkomt. Samen met haar soortgenoten heeft ze in de eerste jaren direct na de oorlog, met name bij grote bouwwerken, een zeer belangrijke rol gespeeld in de wederopbouw van ons land.
DIESELLOCOMOTIEF WHITCOMB 40311 ALS ERFGOED
In 1987 wordt de locomotief aan de collectie van het Nederlandse Smalspoormuseum toegevoegd. Inmiddels heeft een ingrijpende restauratie plaatsgevonden, waarna de locomotief sinds 2003 weer rijdend aan het publiek getoond kan worden.
Na uitgebreid kleurenonderzoek door het Nationaal Smalspoormuseum is besloten de bedrijfskleuren van Oving Spoor te vervangen door het 'Amerikaans legergroen', waarin deze locomotieven toentertijd zijn afgeleverd. De motor is geel geschilderd, dè huiskleur waarin Caterpillar z'n producten aflevert, nog altijd trouwens..
CULTUURHISTORISCHE WAARDE
Deze locomotief vertegenwoordigt de wederopbouw van ons land direct na de Tweede Wereldoorlog. Het object heeft daarmee presentatiewaarde vanwege de bijzondere geschiedenis en is met een B-status ingeschreven in het Nationaal Register Railmonumenten.
- Diesellocomotief Whitcomb 40311 in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed >>
- Diesellocomotief Whitcomb 40311 op de site van het Nationaal Smalspoormuseum >>
- Ga voor het geluid van zo'n Whitcomb-locomotief naar het Nationaal Smalspoormuseum >>








