BEHOEFTE AAN VOERTUIGEN
Tijdens de wederopbouwperiode continueert de stijgende lijn zich en komt het wegverkeer weer snel op gang. De periode kenmerkt zich door een enorme behoefte aan voertuigen en een door de overheid gecontroleerde toewijzing van mondjesmaat geďmporteerde auto’s. In 1945 duiken 30.000 van de 100.000 auto’s van 1940 op uit allerlei schuilplaatsen, waarvan er 23.000 een rijvergunning krijgen. Dat bestand wordt aangevuld met vele duizenden personenauto’s en vooral vrachtauto’s uit de dumps van leger en overheid, het restant van "de glorieuze intocht van de geallieerde legers".
SAMENSTELLING WAGENPARK
Aan alles is gebrek. Naast de recycling van voertuigen bestelt het Ministerie in het kader van het Nationale Welvaartsplan 18.000 personenauto’s in de VS, Engeland en, om dollars te sparen, Frankrijk en Tsjechoslowakije, zo gauw daar de productie op gang is gekomen. Medio 1946 heeft de regering inmiddels ruim 38.000 vrachtauto’s aangekocht (nieuwe uit het buitenland én gebruikte uit de dumps), terwijl zij voor 1947 nog eens 35.000 personenauto’s en 6.000 bestelauto’s wil invoeren. Begin 1949 zijn de meeste auto’s uit de dumps verdeeld. Daardoor bestaat een kwart van alle personenauto’s uit dumpauto’s. De import stelt de overheid in staat een belangrijke invloed uit te oefenen op de samenstelling van het naoorlogse voertuigpark: terwijl de autolobby, die zich had verenigd in het Centraal Overleg (RAI, Bovag, vrachtvervoer-organisaties, KNAC, ANWB, KNMV), smeekt om Amerikaans materiaal geeft de overheid de voorkeur aan Europese voertuigen, om dollars én brandstof te besparen. Ook wordt de nationale vrachtautobouwer DAF beschermd, door vrachtauto’s van de DAF-klasse klasse slechts zeer beperkt in te voeren. Niettemin overheersen bij de import van 1949 nog de Amerikaanse en Engelse auto, een situatie die spoedig drastisch zal veranderen.
WED
Statistisch gezien vormt de Tweede Wereldoorlog slechts een korte onderbreking in de zeer sterke groei van het wegverkeer die al vanaf de jaren 1920 was ingezet. Met behulp van geallieerde spullen kan de eerste nood worden gelenigd en via de Marshallhulp komen nieuwe voertuigen naar Nederland.
Bron: Archief Virtueel Mobiliteitsmuseum 





