SCHEPEN KOMEN THUIS
WEER TERUG
Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 verblijft een aantal schepen van Nederlandse rederijen en marine buitengaats; een aantal andere weet op tijd uit Nederlandse havens te "ontsnappen" en zo uit Duitse handen te blijven. Deze schepen kunnen mét hun bemanning aan geallieerde worden zijde ingezet en dragen zo hun steentje bij aan de strijd tegen de Duitse bezetters. Maar liefst tien sleepboten van rederij L. Smit & Co maken zich deze manier nuttig. Daaronder de motorsleper Hudson, die talloze bergings- en reddingsoperaties uitvoert, zodat kostbare schepen die door beschietingen op de oceanen worden beschadigd in veiligheid kunnen worden gebracht. De Hudson speelt ook een rol bij de invasie in Normandië, en sleept onder meer caissons, bestemd voor kunstmatige havens bij de invasiestranden, naar de Franse kust. In 1945 komt de Hudson, na 66 maanden vol oorlogsavontuur, weer terug in Nederland.
WERK GENOEG
De andere kant van het avontuurlijke oorlogsleven laat een zwaar gehavende Nederlandse vloot zien; in de koopvaardij is meer dan een half miljoen BRT aan scheepsruimte veloren gegaan. De zeesleper Hudson is terug, maar al met al is Smit & Co negen sleepboten kwijtgeraakt. Samen met Wijsmuller zijn in 1945 nog acht bruikbare zeesleepboten over, die onder de oorlog zwaar te lijden hebben gehad. En dat terwijl er na 1945 over de gehele wereld natuurlijk werk genoeg te doen is, onder andere met het terugbrengen van geroofde en vernielde koopvaardijschepen. Even uitblazen is voor de bemanningen van de slepers dan ook niet bij, ook al omdat in andere landen concurrentie op de loer ligt, die z'n kans schoon ziet de hegemonie van de Nederlandse zeesleepvaart te doorbreken. Er moet dus direct weer hard gewerkt, terwijl tegelijk snelle wederopbouw van de sleepvloot van start gaat.





