VANAF 1910: NOG SNELLERE SNELTREINEN
HOOFDSPOORLIJNEN
Samenhangend met de Industriële Revolutie komt in de tweede helft van de 19e eeuw een snelle ontwikkeling van het railverkeer verkeer op gang, waarbij alle grote plaatsen en economische centra met elkaar verbonden worden. Eind 19e eeuw is het net van hoofdspoorlijnen voltooid, waarmee aan een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van een werkelijk "nationale staat" met een samenhangende economie is voldaan.
Moderne stoomlocomotieven
Na 1900 zet de economische expansie zich voort. Deze maakt het wenselijk en mogelijk grotere locomotieven te bestellen en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS) gaat over tot de aanschaf van een grote serie stoomlocomotieven, waarmee een belangrijke versnelling van de sneltreindiensten wordt gerealiseerd. Als de SS opgaat in de Nederlandsche Spoorwegen, wordt dit NS-serie 3700.
Ruggengraat
Deze locomotieven waren toen buitengewoon modern. Het type heeft een nieuwe "as-indeling", een grotere ketel en een grote viercilinder stoommachine. Al met al zijn deze locomotieven bijna twee keer zo sterk als hun voorgangers en de bijnaam "Jumbo" is dan ook op z'n plaats. Pas in 1930 komt er een kleine serie locomotieven die nóg sterker is.
De serie 3700 heeft in vrijwel het gehele land dienst gedaan, vooral op de belangrijke hoofdverbindingen. Hoewel de locomotief ook wel wordt gebruikt voor goederentreinen, vormt de serie 3700 gedurende de jaren 1920 en 1930 de ruggengraat van het Nederlandse sneltreinverkeer op de langere afstanden.