ZEILVAART VERDWIJNT
Hoewel de wind niets kost, blijkt mechanische aandrijving in de loop der tijden te prefereren boven natuurlijke krachtbronnen. Naarmate tijd en regelmaat belangrijker worden en schaalvergroting z'n eisen stelt aan de benodigde voortstuwingskracht, raken wind, dier en mens in dat opzicht uit de gratie. Wind- en watermolen, hondenkar, paard-en-wagen, maar ook vaarboom en jaaglijn verdwijnen gaandeweg uit het sociaal-economisch landschap.
Een gevolg van de Industriële Revolutie, die niet alleen zorgt voor meer efficiëncy in nijverheid, handel en transport, maar die ook betere arbeids- en levens omstandigheden voor mens en dier mogelijk maakt.
Zo komt in de periode 1950 - 1970 een definitief eind aan de zeilende vrachtvaart. Dat kondigt zich al aan in de jaren 1920, als de ontwikkeling van de dieselmotor zover is gevorderd, dat een dieselmotor voor de binnenvaart beschikbaar komt en steeds meer schipper voor de motor kiezen.
Zeilschepen worden gemotoriseerd en nieuwe schepen worden voornamelijk nog met motoraandrijving gebouwd. Luxe-motors worden ze genoemd, want wie in die tijd geld heeft voor een motorschip, kan zich in stuurhut en woonverblijf ook wel wat meer luxe permitteren. In de jaren 1930 glijden in Nederland de laatste zeilende bedrijfsvaartuigen van de helling; rond 1960 zien we hier en daar nog een zeilend bedrijfsvaartuig, maar het zijn de laatste der Mohikanen.
