1960 > STEEDS MEER VRIJE TIJD
WETTELIJK GEREGELD
Vroeger was vrije tijd iets voor de rijken. Dat verandert pas begin 20e eeuw, als voor arbeiders en andere mensen in loondienst zoiets als het "recht op vrije tijd" wordt erkend en de vrije zondag wettelijk wordt geregeld. Langzamerhand komen in steeds meer CAO's doorbetaalde vakantiedagen voor. Na de jaren 1950, de tijd van hard werken tegen lage lonen, draait de economie op volle toeren en kan er geoogst gaan worden. De lonen schieten omhoog en de vrij tijd neemt toe; de stijgende welvaart zorgt voor meer recreatie en zelfs voor wettelijk vastgelegde vakantie.
ER OP UIT
Veel mensen gaan er echt "op uit"; in het weekend en ook in de zomer. Dat gebeurt aanvankelijk nog met kleine enkeldaks tentjes en vooral in het eigen land. De Veluwe, Noord-Brabant, Zuid-Limburg en ook de kuststrook raken zeer in trek. Wie in die jaren op vakantie wil, gaat in eerste instantie met de fiets; daarna doet de brommer (officieel het "rijwiel met hulpmotor") zijn intrede. Geleidelijk worden de eisen hoger. De tent moet plaatsmaken voor de caravan; de fiets en de brommer voor de auto.
En aan het eind van de jaren 1960 komt het toerisme in een echte stroomversnelling; met auto of vliegtuig naar de Middellandse Zee komt voor grote groepen mensen binnen het bereik.





