SKÛTSJES
Om met een klein laadvermogen toch voldoende inkomen te verwerven, waren skûtsjes zeer snel gebouwde schepen en daarmee uitstekend wedstrijdzeilers. Het beroemde skûtsjesilen is een oude traditie, die Friesland nog steeds elk jaar in de ban houdt.
Foto: Virtueel Mobiliteitsmuseum
Foto: Virtueel Mobiliteitsmuseum
Het skûtsje is familie van de tjalk. Volgens de Nederlandse "Arts and Architecture Thesaurus" (AAT) zijn skûtsjes "oorspronkelijk kleine Friese tjalken met een lengte tot circa 12 meter". Om daar aan toe te voegen: "De naam wordt tegenwoordig ook gegeven aan grote vrachttjalken die jaarlijks deelnemen aan het skûtsjesilen".
Of de gemiddelde skûtsje-deskundige het met dat laatste eens is, valt te betwijfelen; er bestaat geen absolute eensgezindheid over het begrip.
Een skûtsje is in ieder geval wél typisch Fries. Een zeilend vrachtschip dat, om de smalle en ondiepe wateren in Friesland te kunnen bevaren lang en plat gebouwd werd, met een zeer geringe holte. Om met een klein laadvermogen toch voldoende inkomen te verwerven, moesten de schippers snel kunnen varen. Het gestroomlijnde boeisel, de belijning en de "goed geveegde kont", maakten de skûtsjes niet alleen snel maar volgens velen ook buitengewoon fraai.
Skûtsjes stonden vooral bekend om het varen met terpmodder, mest en turf, maar er werd natuurlijk ook wel andere lading ingenomen.
Er zijn in de 19e en begin 20e eeuw ruim duizend gebouwd skûtsjes gebouwd; eerst van hout, na 1880 van ijzer en van staal. Het laatste exemplaar dateert van 1933.
De snelheid maakte het skûtsje tot een uitstekend wedstrijdschip. Het skûtsjesilen is een oude traditie, die Friesland nog steeds elk jaar in de ban houdt.
