JAREN ZESTIG: MOBILITEITSEXPLOSIE
... OP DE WEG
Reeds in de jaren 1950 nam het aantal auto's in Nederland sterk toe, maar vanaf 1958 werd de groei spectaculair. In 1950 waren er zo'n 139.000 auto's in Nederland, in 1960 was dit al 522.000. Tien jaar later was dit aantal al toegenomen tot 2.405.000! Natuurlijk nam in deze periode ook het bevolkingsaantal van Nederland sterk toe, maar ook het aantal inwoners per auto laat een sterke penetratie van de auto in de Nederlandse samenleving zien. In 1950 was er nog op iedere 73,4 inwoners één auto, in 1970 was dit gedaald tot 5,4 inwoners per auto.
In het algemeen wordt de 'mobiliteitsexplosie' in de wegsector gesitueerd tussen 1958 (toen de verkoopcurves van auto's in het algemeen omhoogschoten) en 1973 (toen voor het eerst de vervangingsvraag de nieuwvraag overtrof).
... IN DE LUCHT
Reizen per vliegtuig wordt in de periode 1960-1970 voor veel mensen steeds meer bereikbaar. Deze periode is het begin van het straaltijdperk. Hoewel aanvankelijk het grootste deel van de luchtpassagiers bestaat uit zakelijke reizigers komt in deze tijd ook het toeristische verkeer sterk op en worden naast de aloude KLM nieuwe (charter)maatschappijen opgericht. In 1968 wordt het nieuwe Schiphol geopend.
... OP HET WATER
De binnenvaart leverde te midden van dit geweld een min of meer constante prestatie van tussen de 6 en 8 miljard ton-km.
De kleinschalige binnenvaart verdwijnt ten gunste van de vrachtwagen, maar daar staat een flinke toename van (internationale) doorvoer tegenover, die ook grootschaliger wordt. De duwvaart doet z'n intrede, terwijl aan het eind van het decennium de container een ware revolutie in het transpor over water veroorzaakt.
Voor de periode 1950 - 1970 wordt de ontwikkeling van "Nederland transportland" met name geïllustreerd door de ontwikkeling van de Rotterdamse haven, die in 1963 de grootste haven ter wereld werd.
... OP DE RAILS
Het railvervoer deelde het minst in de mobilteitsexplosie van de jaren 1960. Trein en tram hadden het in de concurrentieslag met de auto moeilijk. Door sterke modernisering werd getracht de gunst van de reiziger terug te winnen. Door de aanleg van een elektronisch bewakingssysteem door NS (voltooid rond 1970) werden veel hogere lijnfrequenties mogelijk, terwijl de invoering van hogere snelheden-inclusief-stops (intercitytreinen) en het inzetten van grotere passagierswagons de capaciteit nog eens extra vergrootten. Ook het openen van voorstedelijke stations droeg tot deze capaciteitsvergroting bij.
Het
goederenvervoer liet in deze periode een zeer scherpe daling zien, die enerzijds het gevolg was van de opkomst van het wegvervoer, anderzijds van een teruggang in het kolenvervoer vanuit Zuid-Limburg.
Een nieuwe ontwikkeling in het stedelijk railvervoer was de metro, in Nederland voor het eerst in Rotterdam in 1968. Deze schaalvegroting is het lokale vervoer hangt nauw samen met de sterke stadsuitneidng in deze periode.











