1945 - 1950: WEDEROPBOUW TRANSPORT
NAGENOEG IMMOBIEL
Aan het eind van de oorlog is Nederland nagenoeg immobiel. De infrastructuur is gestolen of vernietigd. Bruggen, wegen, spoorwegen, havens en vliegvelden hebben er aan moeten geloven. Stations, pakhuizen en loodsen worden het slachtoffer van gevechtshandelingen of van vernieling door terugtrekkende Duitsers.Na de oorlog wordt direct een begin gemaakt met het herstel van de oorlogsschade. Vanwege het grote economische belang krijgt de infrastructuur daarbij hoge prioriteit. Het herstel krijgt een flinke impuls door het Amerikaanse Marshall-plan (1948 - 1952). Een sterk groeiende internationale economie doet de rest.
MET MAN EN MACHT
Er zijn weinig transportmiddelen meer over. Bijna alle bruikbare Rijn- en binnenvaartschepen zijn in beslag genomen of vernield; meer dan 90% van het spoorwegmaterieel is weggevoerd of kapot. Ook auto's, vrachtwagens en autobussen zijn onbruikbaar door gebrek aan brandstof en onderdelen. Zeeschepen en vliegtuigen zijn gevorderd, gezonken of neergestort. Met man en macht wordt gewerkt aan de reparatie van oude en de aanschaf van nieuwe vervoermiddelen. Zeker de eerste tijd is het behelpen met wat de Duitsers hebben achtergelaten.
LEGERMATERIEEL
Gaandeweg komt steeds meer geallieerd legermaterieel beschikbaar. Terugbrengen is veel te duur, dus worden allerlei militaire voertuigen al of niet via de dump verkocht en verbouwd voor civiel gebruik. De treindienst komt eveneens op gang met materieel van de geallieerden. Militaire vliegtuigen worden tot passagierstoestellen omgebouwd. Zeeschepen komen, na omzwervingen over de oceanen en oorlogsavonturen, gehavend terug naar huis, naar Nederland. Ze gaan direct aan het werk om mee te helpen aan het herstel van de economie en de verdere wederopbouw. Ook de binnenvaart komt weer tot leven.
meer over deze ontwikkelingen >>







