JAREN ZESTIG: MASSAMOTORISERING
MASSAMOTORISERING: DE CIJFERS
Reeds in de jaren 1950 nam het aantal auto's in Nederland sterk toe, maar vanaf 1958 werd de groei spectaculair. In 1950 waren er zo'n 139.000 auto's in Nederland, in 1960 waren dit er al 522.000. Tien jaar later was dit aantal al toegenomen tot 2.405.000! Natuurlijk nam in deze periode ook het bevolkingsaantal van Nederland sterk toe, maar ook het aantal inwoners per auto laat een sterke penetratie van de auto in de Nederlandse samenleving zien. In 1950 was er nog op iedere 73,4 inwoners één auto, in 1970 was dit gedaald tot 5,4 inwoners per auto.
DE OPKOMST VAN DE GEZINSAUTO
De toename van het aantal auto's werd vooral veroorzaakt door een nieuwe groep autokopers: gezinnen met een modaal inkomen. Door enerzijds stijgende lonen en anderzijds dalende prijzen werd de auto voor steeds meer mensen betaalbaar. Uit verschillende cijfers blijkt echter dat veel mensen al een auto kochten voordat ze deze daadwerkelijk konden betalen, door middel van financieringsregelingen en leningen. Ook werd de tweedehandsmarkt in Nederland veel belangrijker. Dit geeft aan dat onder de Nederlandse bevolking al langer een wens tot individuele gemotoriseerde mobiliteit leefde, als onderdeel van een bredere ontwikkeling: de opkomst van de consumptiemaatschappij.
DE EERSTE FILES
In 1955 ontstond de eerste file op de Nederlandse wegen. Door drukte rond het verkeersknooppunt Oudenrijn, nabij Utrecht, liep het verkeer op eerst Pinksterdag helemaal vast. Ondanks deze opstopping werd de toename van het aantal auto's tot ver in de jaren zestig niet als probleem gezien. Het autobezit werd zelfs gestimuleerd. In 1967 zegt Minister-President Den Uyl nog dat alle mensen recht hebben op een auto.
meer over dit onderwerp:
- over de opkomst van de gezinsauto op de website Techniek in Nederland in de 20e eeuw van de Technische Universiteit Eindhoven >>
- over de file in het TV-programma "Andere Tijden" >>








